Categorieën
Uncategorized

TOEKOMST

Na het diner, schalen pad thai, slenter ik met een stoet collega’s door Hongkong. Op het plein schalt uit de luidspreker kerstmuziek. Een collega blèrt mee met het kerstnummer van Slade:’the future just begohohohon’. ‘Dit nummer zong ik 30 jaar geleden ook al. Er is weinig toekomst meer over’, mijmert hij.

‘Kom op zeg, je bent net 49 jaar’. Ik zeg nog net niet het gratuite ‘de wereld ligt aan je voeten’.

Het is elf uur ’s avonds, het plein wordt overvloedig verlicht door felle lantaarns die me doen denken aan de hockeyvelden voor de wedstrijden in de avond. Het is te veel van het goede, zoals zoveel in China. Het vierkante plein is een en al beton. De zitplekken, het standbeeld en de fontein zijn allemaal van beton. Op de rand van de fontein zitten een paar Chinezen. Het plein wordt omzoomd door ielige boompjes. Het zijn voor mij onbekende boompjes, die hebben we in Nederland niet. Het uitzicht vanuit dit plein wordt gedomineerd door wolkenkrabbers. Wolkenkrabbers, een mooi woord voor lelijke gevallen.

Aan weerszijden van het plein staan tafeltjes waar gretig wordt gegeten. Zo te zien, zijn het geen restaurantjes. De Chinezen schuiven zeker aan bij familie en vrienden. De vrouwen staan rond de Hot Pot. Ik ruik niks, daarvoor is het net te ver weg. Het Chinese gekeuvel dringt wel tot me door. Gezelligheid in Nederland klinkt een stuk rumoeriger.

We steken het plein over. We horen Michael Jackson van lang geleden zingen ‘I saw Mommy kissing Santa Claus’. Dezelfde collega doet een vergeefse poging om mee te zingen. Zo hoog, dat redt ie net niet.

Op de rand van de fontein zit een klein Chinees jongetje, helemaal ineengedoken. Hij draagt een kort wit joggingbroekje dat maar net z’n billen bedekt. Het wit is niet wit meer, het is zwart besmeurd. Zijn magere armpjes steken uit een verwassen zwart-wit gestreept hemdje. Zijn hoofd zit tussen zijn armpjes geklemd. Hij zit onbeweeglijk. Ik stap op hem af en ik vraag al fluisterend in het Engels hoe het met hem gaat. Hij begint te huilen zonder tranen. In het Engels zegt hij ‘ik ben moe en ik wil slapen’.

Waar zijn zijn ouders, gaat door m’n kop. Je laat je kind toch niet op dit tijdstip alleen buiten? Het kind is amper vier jaar oud. Duizend gedachten komen bij mij omhoog. Wat moet er van een kind worden als zijn ouders niet naar hem omkijken? Voor de rest van zijn leven wordt zo’n joch geremd. Hoe kan hij leren? Vertrouwen hebben in de mens? Het raakt me in hoofdletters. Mijn moeder had moeite om zichzelf staande te houden in het leven. Het lukte haar niet om mijn zusje en mij groot te brengen. Onze vader verdween uit ons leven toen ik zeven jaar oud was. Op jonge leeftijd zorgde ik voor mezelf. Niemand anders deed het.

‘Waar is je vader of moeder’? Hij wijst naar een hoek van het plein. Ik neem een diepe teug adem en ik besluit eropaf te gaan. Op dat moment komen er twee Chinese kindertjes naar ons toegelopen. Ze zeggen dat het oké is en dat hij hun broertje is. ‘Het is h e l e m a a l niet oké. Jullie broertje heeft slaap en moet in z’n bed liggen’. ‘Het is oké’, herhaalt zijn zusje.

De kleuter zit nog steeds ineengedoken. Ik wil z’n ouders spreken en tegelijkertijd weet ik dat ik het niet doe. Wat houdt mij tegen? In China is gezichtsverlies nog altijd een doodzonde. En dan storm ik ineens het plein over. Mijn zingende collega rent in draf met me mee naar de hoek waarheen de Chinese kleuter ons wees. Geen van de Chinezen kijkt op. Iedereen zit lekker te peuzelen of slaat een biertje achterover. ‘Zijn ouders moeten misschien geld verdienen en staan hier te koken’, oppert de zingende collega. Iets in me zegt dat met zoveel Chinezen hier tegenover me, het onbegonnen werk is om over kinderleed te beginnen.

Ik houd er een verscheurd gevoel aan over. Mijn collega loopt alweer te fluiten ’the future just begohohon’.

Categorieën
Uncategorized

HOBBY

                                                                                                             

De felle ochtendzon perst zich een weg door de gordijnen. Mijn benen zwiep ik over de rand van het bed. Mijn lijf voelt klam aan. De hitte hangt in onze slaapkamer. Een onweersbui heeft daar vannacht  weinig verandering in gebracht.

Ik neem een éénminuutdouche en trek mijn hardloopkleding aan. Eenmaal beneden struikel ik  over de dorpel van de keukendeur. Het gaat gelukkig net goed. De roze hortensia lacht me toe, kom maar lekker naar buiten. De lucht is intens blauw en ik ruik een zoete, weeïge lucht.  Er zweven libellen  boven de  vijver en ik zie hommels en gele vlinders.  Ik wandel het pad af, de onstuimig gele guldenroede reikt tot aan mijn middel. Het gekwetter van de vogels komt me, samen met het gekoer van een duif, vrolijk tegemoet.

Onze straat ademt rust uit. Voorlopig wandel ik nog maar even.  Terwijl ik een huis passeer aan de Arnhemse Bovenweg zie ik dat de openslaande deuren geopend zijn. Een peuter stapt, in zijn tomaatrode hemdje en luier, de tuin in.  Hij ziet me en pakt zijn loopfietsje , doet een paar passen en  valt voorover in het vochtige gras. Ik denk, hij valt zacht.  Wanneer ik al een paar huizen verder ben, hoor ik het jochie blèren. Zal ik teruggaan, of zal ik erop vertrouwen dat een van z’n ouders in de buurt is? Ik ga van het laatste uit.

Ik ga de hoek om en ik schiet meteen het bos in. Dan bouw ik m’n looptempo op. De geur van natte aarde prikkelt mijn neus. Aan de linkerkant bevindt zich een veld met een houten klimrek en twee schommels. Het vochtige gras ziet er frisgroen uit. Zo te zien ben ik de enige hier. Het deert me niet en ik probeer mijn looptempo vast te houden. In de verte zie ik iemand midden in het bos, tussen de bomen zitten. Even twijfel ik of ik hier iets mee moet. Ik laat het los en ren verder.  Aan het einde van het pad is de heidetuin. Er staan wilde bloemen en de bloeiende  heide vertoont kleurschakeringen van violet naar lila naar purper.  Ik loop kriskras door de heidetuin en ik zie een omgevallen boomstam liggen. Ik ga er voetje voor voetje op staan en ik hou mijn armen gespreid, zo schuifel ik naar het einde van de boomstam. De zon staat als een schijnwerper op me en er trekt een warme gloed door mijn lijf. Aan het einde van de boomstam ga ik op mijn tenen staan en ik knijp mijn ogen  tot spleetjes, in de verte zie ik een hert. Wauw.

Een specht maant mij met zijn fanatieke getik om mijn bewegingstempo weer op te voeren. Ik spring van de boomstam af en ik ren een zijpad in. Ik voel een stok langs m’n blote enkels. Er spurt een hond voorbij. Het is een Jack Russel, wit met bruine vlekken.  Hij houdt de stok in z’n bek. De hond rent veel harder dan ik. Ik sla linksaf en loop op een pad naast de grote weg. Wat ik net in de verte zag, zie ik nu  dichterbij. Er zit een meisje midden in het bos op een bed van verteerd loofbomenblad.  Wat doet ze daar? Ik ga eropaf. Via een olifantenpaadje kom ik bij het meisje aan dat nog steeds op de bladeren zit. Het meisje heeft zwart haar, een volle pony die tot over haar wenkbrauwen reikt.  Ze draagt een bril met een goudkleurig montuur en om haar middel een heuptas.  Het meisje ziet me wel, maar slaat geen acht op me. Ze zit met haar handen in de aarde te wroeten. Naast haar ligt een schep en een apparaat dat er spannend uitziet. Ik groet haar en vraag wat ze aan het doen is. Ze kijkt me vanonder haar pony peilend aan en ze begint te vertellen.  Het spannende apparaat is een metaaldetector. Dit instrument spoort metalen voorwerpen op. Wanneer het instrument iets vindt, hoor je ‘pieppiep’.   Zoals ik nieuwsgierig ben naar haar, is zij nieuwsgierig naar wat ze in de grond vindt. Ze somt op wat ze zoal heeft gevonden: muntjes, kogels, een armband en haar grootste vondst is een handgranaat uit de Tweede Wereldoorlog. ‘Wil je weten, wat ik net heb gevonden?’ Zonder op mijn antwoord te wachten, vist ze uit haar beige heuptas een paar speelgoedautootjes. Ze oogt tevreden. Ik zeg dat ik het bijzonder vind dat een jong meisje deze hobby heeft.  Grijnzend geeft ze toe dat het meestal oudere mannen betreft die deze hobby beoefenen. Ik benijd haar dat ze op deze jonge leeftijd zo opgaat in haar hobby. Toen ik haar leeftijd had, had ik geen rust in m’n kont en geen ruimte in m’n kop om een hobby te beoefenen. Ik  had andere zaken aan mijn hoofd.  Mijn moeder was niet sterk genoeg om voor mijn zusje en voor mij te zorgen. En mijn vader keek niet naar ons om. Ooit zei iemand tegen mij: ‘je ouders zijn weggooiers eerste klas’. Gelukkig is het tij gekeerd en heb ik eindelijk de gelegenheid voor een hobby. Schrijven.   Ik wens haar succes en ik ga huiswaarts. In mijn kop zit een verhaal om uit te werken.  Er hangt een donkere wolk aan de hemel en ik voel de eerste regenspatten.  Op weg naar huis zie ik de peuter die nu uitgebreid met  zijn loopfiets in de weer is. Ik zwaai, hij zwaait terug en hij valt weer om. Het liefste zou ik hem even knuffelen. Gelukkig krabbelt hij weer op en lacht naar me. Terwijl ik grote regendruppels op mijn schouders voel, lach ik terug.

Categorieën
Uncategorized

OUD

Ik stap naar binnen en ik zie het direct.  Alles staat op een andere plek. De karretjes in de vertrouwde blauwe kleur zijn van een groter formaat.  Verder is het zoeken geblazen en vragen natuurlijk. De vragen stel ik aan mensen met voor mij vreemde gezichten.  Zo ontspannen mogelijk schiet ik een puisterige jongen aan die bezig is met vakken vullen. ‘Weet jij waar de suikerklontjes staan?’ De knaap zet het meteen op een lopen. Al manoeuvrerend met mijn grote kar door het royale gangpad ga ik er in draf achteraan. Tot twee keer toe passeren we volle vakken met chips in felgekleurde zakken en dan  haal ik opgelucht adem als ik de vertrouwde rietsuikerklontjes aantref.

Is het  een teken van ouderdom , dat ik ontredderd ronddool in een voor mij vreemde Albert Heijn? Ik probeer de pluspunten van deze winkel te zien.  In deze supermarkt bots ik tegen niemand op, zo breed zijn de paden hier,  er is een wijnstraat (nu nog een proeverij schiet het  door mijn hoofd), het  aanbod aan sushi is alsof ik in Tokio ben en er is een hagelslagtappunt. Ja, je leest het goed een hagelslagtappunt van puur tot butterscotch.

Op mijn boodschappenlijstje staat mijn favoriete speciaalbier. Bier Gebrouwen door Vrouwen, Bloesem Blond. Het flesje heeft een zachtroze label met daarop een vlierbloesemboom getekend. Het bier heeft een bloemig aroma en een frisse afdronk. Bij mijn vertrouwde Appie deze week in de aanbieding: 6 halen en 5 betalen. Bij deze Appie is dat niet het geval. Waarom niet? Schouderophalend ga ik naar buiten en ik vervolg  mijn weg naar de visboer.

 De vrouw van de visboer is, een gezette, blonde jongedame met het hart op de tong. Ze vertelt dat haar dochter vier jaar is geworden. ‘Ze wordt al een grote meid, ze heeft verkering, en ze wil later met hem  trouwen. Ook is ze inmiddels op de hoogte dat jongens  geen Truusje hebben.’ Mijn mond valt open. ‘Geen Truusje, weet je wel?’, herhaalt ze nadrukkelijk.

Op dat moment weet ik: hier ben ik toch echt te oud voor.

Categorieën
Uncategorized

Mr. Bean

Help, ik val.  Bijna verlies ik mijn evenwicht. Met mijn tenen klauw ik mijn mat vast en al hupsend blijf ik ternauwernood overeind.

Willy de trainster checkt of het goed met me gaat.

De warriorpose is blijkbaar niet voor beginnelingen. ‘Zet je voorste voet vooraan de mat.’ Ik kijk naar alle tien mijn roodgelakte teennagels, keurig op een rij. Geen idee waar ze het over heeft. Welke voet is mijn voorste voet?

‘En ga zitten.’ Een jongedame schuin voor me ploft op de mat. Willy houdt haar gezicht in de plooi en legt uit dat het niet de bedoeling is om op de mat te gaan zitten, maar op een imaginaire stoel. Knieën gebogen en armen omhoog. Gelukkig ben ik niet de enige onhandige.

Het is tijd voor de heupopener. De wat? De heupopener.  Persoonlijk ben ik een groter voorstander van een flessenopener. Op handen en voeten breng je beurtelings een knie naar je ene elleboog en vervolgens naar je andere elleboog. Met moeite weet ik mijn evenwicht te bewaren en mijn gekreun te beperken.

Ik voel hoe mijn kobaltblauwe top langzaam omhoog kruipt. In de levensgrote spiegel ontwaar ik mijn blote buik. Oef, wat ben ik blij dat er geen kerels in de zaal zijn en dat er geen camera hangt.

Mijn deodorant doet ijverig zijn best. Ikzelf trouwens ook.

‘Echt iets voor jou, bodybalance’, had mijn collega gezegd. ‘Dan gebruik je al je spieren en wordt je stukken leniger. Je hebt toch zo’n last van je schouder?’

Gelukkigmogen we nu echt gaan zitten,  in een kleermakerszit weliswaar. Mijn rechterbeen help ik een handje.

Ach, in iedere groep zit wel een Mr. Bean.

Categorieën
Uncategorized

VREEMD

Mijn ongeduld probeer ik te verbergen wanneer ik aan de lijn hang met de mijnheer van de interieurwinkel. Drie maanden geleden zochten we groene gordijnen bij hem uit. Eenmaal besteld, staan ze op mijn netvlies en kan ik niet meer wachten. Zijn vrouw zou de gordijnen naaien en ze zouden zeker binnen zes weken klaar zijn. Inmiddels zijn we dertien weken verder en ik ben het zat. Spuugzat.

‘Ja mevrouw Simone, het spijt me, maar de gordijnen zijn nog niet klaar‘. Zijn stem klinkt zacht. Wat het is, weet ik niet, maar mijn boosheid en ongeduld ebt weg.

‘Het zit namelijk zo’, begint hij. ‘We gaan uit elkaar. Mijn vrouw en ik.’ Ik luister en in gedachten zie ik hun drie vrolijke blonde dochters van vier, zeven en elf jaar oud door de winkel achter elkaar aan rennen.

‘Weet je, ik ben er achter gekomen’. Ik heb wel zo’n flauw vermoeden waar hij achter is gekomen. Alsof hij vergeet dat ik hem bel over de groene gordijnen vervolgt de man z’n verhaal. ‘M’n vrouw straalt in ene, ze loopt mooi rechtop en ze zingt door de zaak. Dat is even geleden dat ik dat mocht horen. En zingen kan ze.’ Even blijft het stil aan de andere kant van de lijn.

‘Naast haar werk, zingt ze in een jazzband’, vervolgt hij. ‘Ze komt na de bandrepetitie altijd tegen middernacht pas thuis. Om mij niet wakker te maken, althans dat zegt ze, slaapt ze na een optreden of repetitie in het logeerbed. Nu ik het weet, slaapt ze altijd in de logeerkamer. Ik mis haar zachte lijf zo en het lepeltje-lepeltje liggen.

Hoe ik erachter ben gekomen? Nou ik wilde en ik moest bewijs hebben. Wat heb ik gedaan? Ik heb mijn horloge met GPS-functie in de achterbak van haar auto verstopt. De dag na de zoveelste repetitie, want mevrouw repeteert wat af, heb ik de GPS-gegevens uitgelezen en die leidden mij zo naar het adres van de toetsenist. Zo’n vent met een krulsnor en kwastjes op z’n schoenen.’

Mijn oor wordt warm vanwege de smartphone die ik net iets te stevig tegen m’n hoofd pers. ‘Weet je’, begint hij nu met stemverheffing, ‘ik hunker zo naar haar strelingen dat ik wel een vrouw van de straat zou willen plukken.’ ‘Vindt u dat vreemd?’ ‘Nee dat vind ik niet vreemd. Of, eh bedoelt u een prostituee?’

Mijn echtgenoot die tot dan toe nietsvermoedend al kauwend op een potlood een cryptogram probeert op te lossen kijkt me wezenloos aan. Ik hang op en zeg hem: ‘Die gordijnen kunnen we voorlopig wel op onze buik schrijven.’ Hij fronst zijn wenkbrauwen en pakt zijn crypto weer op.

Categorieën
Uncategorized

KANTOOR

                                                              

‘Goedemorgen.’ ‘Goedemorgen.’

Met de lift zoeven we naar boven, dan drie gangen door en de hoek om. ‘Goedemorgen.’ ‘Een goedemorgen.’

Met een vriendin ga ik mee naar haar werkplek. Het is stipt 9.00 uur en ik zie haar collega’s op de koffiemachine afstevenen. Eén blij ei staat naast de koffiemachine, heft zijn hand continu omhoog en wenst iedereen hartelijk goedemorgen.

Iedereen begroet mij alsof ik ook een collegaatje ben. En ja, ik voel me ook direct een collega. Binnen no time heb ik het gevoel dat ik hier aan de slag ga en dat mijn vriendin mij mijn werkplek aan zal wijzen. We lopen verder over de muisgrijze vloerbedekking met kanariegele vlakken en passeren links en rechts kamertjes met daarin twee of drie bureaus. In al die kamertjes zitten mensen met een desktop voor hun snufferd en een lamp boven hun hoofd. Overval zie ik koppies naar een scherm staren.

De één heeft uitzicht op spuuglelijke nieuwbouw en de ander op het pittoreske centrum. Ik zou vechten voor het centrum. Het is goed dat ik geconfronteerd word met een kantoorbaan en ik besef waarom ik mijn baan heb. Mijn vliegbaan. Klinkt dit onaardig naar al die mensen die op een kantoor werken? Zo is het niet bedoeld. Ik realiseer me heus dat het gaat om wat je aan je bureau doet.

‘Wil je koffie Simone?’ ‘Nee, nee, hartelijk dank, ik ga weer door.’ Al huppelend verlaat ik het pand.

Categorieën
Uncategorized

WINNAAR

Een gehaaste pakketbezorger staat voor de deur. Gisteren heb ik online – in de ausverkauf – een jurk besteld vanuit Duitsland. Het lijkt me sterk dat deze er vandaag al is. Op de doos ontwaar ik een envelop met in rood de letters VARA erop. Subiet gris ik het pakket uit de handen van de bezorger.
Het zal toch niet, het zal toch niet waar zijn. Of toch?

Al 45 jaar doe ik ijverig mee aan puzzels en slagzinnen. Zelden win ik iets. Ja, een keer een sporthanddoek van Spa Blauw. Maak de slagzin af: Spa Blauw is ……. Wat had ik ervan gemaakt? Spa Blauw is gezond voor lichaam en geest.

Toen ik vijf jaar oud was, viel het mijn moeder op dat ik elke dag de brievenbus inspecteerde. ‘Wat verwacht m’n kleine meid?’ ‘ ‘Dat ik een prijs heb gewonnen mamma.’

Twintig jaar geleden won ik de meest eervolle prijs. Ik deed mee aan de Tweespraak in het programma Tijd voor twee van Frits Spits. Het bord dat ik toen won met daarop in sierlijke letters geschilderd mijn tweespraak, prijkt nog altijd aan de muur van het toilet. Hier komt ie: Twee badmeesters zien een dumpkind binnenkomen, zegt de één tegen de ander: ‘wie moet er nou het hoofd boven water zien te houden?’


M’n hart maakt een buiteling en ik ontdoe de doos van een lading bubbeltjesplastic. Ja hoor, het is ‘m echt. De Sonos luidspreker.
Ik heb gewonnen, joehoe.

PS: hoe reageert mijn neef van 19 jaar? ‘Hartstikke vet en geen wonder dat je hebt gewonnen, je bent zo’n beetje de enige abonnee.’

Categorieën
Uncategorized

ROOD GOUD

Even citroenen kopen op zaterdagmiddag. Ik loop bij de Turkse winkel op de Traay, onze winkelstraat in Driebergen, naar binnen. Drie citroenen voor één euro. Achter in de hoek staat een rek met veters. Dat had ik hier nog niet eerder gezien. Voor de kassa sta ik in de rij. Voor mij staat een mevrouw die naar achter snelt, omdat ze ook opeens citroenen wil hebben. Ooit hoorde ik iemand zeggen ‘een echte kok kookt nooit zonder citroenen.’

De man achter de kassa zie ik voor het eerst. Hij ziet mij naar prachtige minipakketjes in zijn vitrine kijken. Pakketjes met vreemde gouden letters erop. Hij helpt me uit de droom. Het is saffraan uit Iran. Saffraan uit Iran? Hoe komt hij hieraan, vraag ik me af. Ineens valt het kwartje. Er staat een andere naam op de ruit. ‘U bent nieuw?’ Hij glimlacht en legt me uit dat hij voorheen schoenmaker was. Ah, dat verklaart de veters. Hij komt uit Afghanistan. De Turkse winkel is nu een Afghaanse winkel. Zijn moeder woonde in Iran. Twee weken geleden was de begrafenis. Kort zie ik droefenis in zijn ogen. Hij veert op als ik hem vertel dat ik in Teheran ben geweest. Daar ben ik meerdere malen geweest, voor mijn werk voor  KLM. Zijn moeder woonde in Mashdad. Zelf woont hij naast een piloot. Een aardige piloot. Ik ken hem en bevestig te nadrukkelijk dat ik deze collega ook een heel aardige man vind. Een beetje te, alsof het uitzonderlijk is dat piloten aardig zijn.

Vol trots tovert hij vanuit de vitrine de pakjes saffraan. Het rode goud helpt tegen stress, zo gaat het verhaal. ‘Geef me dan maar een kilo’, grap ik. Ik koop meteen twee van die mooie pakketjes. Hij vervolgt zijn verhaal dat deze saffraan werkelijk bijdraagt aan een gelukkig leven. Ik beloof hem dat ik recepten ga opzoeken waar het rode goud in gebruikt wordt. In mijn vele receptenmappen (niet dat ik kan koken), weet ik dat ik een artikel heb van de saffraanpolitie uit het Parool.

Thuis snor ik direct het artikel op en ik zet ondertussen een kopje saffraanthee. Het artikel gaat onder andere over nepsaffraan. Ook wordt vermeld waar het allemaal tegen helpt. Behalve tegen stress  helpt het ook tegen de griep, infecties aan de luchtwegen, geelzucht, mazelen, cholera, diabetes, tandpijn, huidproblemen en bovenal tegen slapeloosheid. Recepten zoals muntthee met gember en saffraan, risotto Milanese, paella, omelet.

Ik nip van de thee en ik trek er een vies gezicht bij. Een tijd later zie ik op de toonbank van de winkel saffraan uit Alicante, zie foto. Heb ik nou de echte saffraan gekocht? Of heb ik thee gedronken van nepsaffraan? Dat blijft voor mij de vraag.

PS: saffraanrecepten.nl

Categorieën
Uncategorized

JEUK

Gewoon in het diepe springen. Dat is wat ik moet doen. Niet aarzelen. Beginnen. Ik doe het nu, ik schrijf. Waarom dat zo lang duurde? Ik leg de lat hoog en had een zetje nodig. Op de vlucht naar Seoul kreeg ik er drie.

Onder de passagiers in de businessclass bevindt zich een oude geliefde. Mijn ex uit Utrecht. Ik kan me met moeite concentreren op mijn werk. Hij laat me foto’s zien van zijn verbouwde zolder. Met zijn nieuwe muziekhoek. In gedachten ben ik meteen vijftien jaar terug in de tijd en zie ik zijn oude muziekkamer voor me. Op alle wanden zat schuimstof met piramidestructuur. In de kamer ernaast lag ik in bed te herstellen van een voetoperatie. De man was zijn muziek aan het finetunen. Het geluid werkte heilzaam op mijn botpijn. Het was de nieuwe tune voor het televisieprogramma Vinger aan de pols.

Een steward vertelt dat hij tweedejaarsstudent Arabische taal- en letterkunde is aan de VU. Deze collega werkt fulltime. Onze gezagvoerder vertelt met een grote grijns dat hij op 40-jarige leeftijd is begonnen met saxofoon spelen. Nu zit hij in een band. Hoe heet de band? DAB. Donderdagavondband.

Mijn ex vertelt dat hij al lang zijn geld niet meer met muziek verdient, maar dat het blijft jeuken om weer te musiceren. Precies, het blijft jeuken. Dat zijn de woorden. Als het blijft jeuken; ga aan de slag. Dat geldt voor hem met de muziek en dat geldt voor mij met het schrijven.

Dat hebben ex en ik toch maar mooi gemeen.

Hello world!

Welcome to WordPress. This is your first post. Edit or delete it, then start writing!