Categorieën
Uncategorized

PHISHING

‘Wat is de vervaldatum van uw creditcard?’
Hans is in de eetkamer aan de telefoon. Zijn mobiel staat op speaker.
Ik sta in de keuken en schuif in de koelkast een pak karnemelk opzij om een biertje te pakken. Het is vrijdagmiddag, bijna half zes. Voor Hans zet ik een flesje herfstbok op het aanrecht en voor mij een witbiertje.
Ik spoed me naar binnen. Waar gaat dit gesprek over? Hans staat voorovergebogen over de eettafel. Op de krant ligt zijn portemonnee opengeslagen. Er klinkt zachte pianomuziek van Debussy uit de boxen. Die zet ik gauw af.

‘Meneer Becker, we hebben twee aankopen onderschept. Er is zojuist een betaling gedaan van € 899,- voor een Huawei-telefoon. Dit bedrag past niet in uw uitgavepatroon.’
‘Sorry, waar gaat dit allemaal over?’, meng ik me in het telefoongesprek. Ondertussen kijk ik Hans vragend aan.
‘U spreekt met Simone Becker en ik bemoei me er even mee.’
‘Dag mevrouw, u spreekt met Mark van der Wal van ICS. Iemand heeft met de creditcard van uw echtgenoot gewinkeld. Het gaat om een bedrag van € 800,- en om een bedrag van € 600,-. Ik kan u geruststellen.’ Deze man klinkt inderdaad rustig gaat het door me heen. Zelf ben ik verre van kalm, mijn hart bonkt in mijn keel.
‘Deze twee aankopen hebben wij kunnen onderscheppen, maar er is net een bedrag afgeschreven van € 899,-‘
Hans heeft zijn creditcard in zijn hand en bijt op zijn onderlip.
‘Zijn we hiervoor verzekerd?’
‘Mevrouw, het komt goed. Deze creditcard blokkeer ik onmiddellijk. Uw man ontvangt spoedig een nieuwe creditcard.
Ter verificatie mailen wij nu aan uw man een code en die moet hij aan mij doorgeven. Ook sturen wij een sms aan uw man met een code ter verificatie.’
Met een rood hoofd been ik naar de computer. Hans loopt achter mij aan. Er komt een mailtje binnen en Hans ontvangt een sms van ICS met de verificatiecode.
De zenuwen gieren door mijn lijf. Die Mark van ICS praat rustig verder, maar ik hou het niet meer. Op het scherm van Hans zijn mobiel zie ik dat hij belt met een 06-nummer.
 Ik pak Hans bij zijn arm en gris zijn mobiel uit zijn hand. Hans kijkt me met grote ogen aan.
‘Hé, dit vind ik vreemd Mark, dat we bellen met een 06-nummer.’
‘Klopt hoor, dit nummer hanteren wij voor onze klanten die bellen vanuit het buitenland. En dit nummer gebruik ik voor spoedgevallen, zoals nu. Meneer Becker’, vervolgt Mark ‘wat is uw CVC-code?’
Ik schud naar Hans met mijn hoofd van nee, niet doen.
‘Mark, wie zegt mij dat dit geen phishing is? Vanmorgen in het Algemeen Dagblad las ik er net een artikel over.’
‘Mevrouw, dan stuur ik uw man toch geen mail en sms ter verificatie?’ Zijn stemgeluid stelt mij gerust.
Hans meldt zijn code.
‘Meneer Becker wij sturen u een nieuwe creditcard toe. Uw huidige kaart moet u door vieren knippen en extra goed door de afbeelding van de chip. Dan wens ik u beiden een fijne avond.’

Nadat de verbinding verbroken is, kijk ik Hans aan.
‘Hans het voelt niet goed. We zoeken het telefoonnummer op van ICS en we ondernemen actie.’

‘Mevrouw en meneer Becker, u spreekt met Maxime van ICS. Helaas bent u inderdaad het slachtoffer van phishing. Onze fraudedesk zit er gelukkig vierentwintig uur per dag bovenop en uw creditcard is door ons al geblokkeerd. U krijgt een nieuwe kaart van ons toegestuurd. De kosten zijn € 7,50. Verder zijn er geen kosten voor u.’
Ondanks dat de storm is gaan liggen gieren de zenuwen nog steeds door mijn lijf.
Hans omklemt de tafel. ‘Dank je wel Maxime. Eerlijk gezegd zijn we beiden nog helemaal van het padje af.’
‘Mevrouw, meneer, neemt u beiden een glas water en dan wens ik u een rustige avond toe.’

‘Een glas wáter?’, herhaal ik even later en loop naar de keuken.
Hans zucht. ‘Siem, ik had niet gedacht dat wij daarin zouden stinken.’
Ik reik Hans zijn herfstbok aan. De glazen laat ik achterwege. We ploffen neer op de bank en zetten het flesje bier aan onze lippen.

Categorieën
Uncategorized

DOET U DIE ER MAAR BIJ

‘De tas kost zeventienvijfennegentig.’
Ik wrijf in mijn handen. ‘Oh, doet u die er maar bij.’
‘Zóóó Siem’, zegt Liselore vanuit het pashokje, ‘jij verwent jezelf.’
De verkoopster zet de camelkleurige schoudertas op de toonbank. ‘Bééldig hè, ze zijn net binnen, regelrecht uit Italië.’

Een kwartier voordat ik mijn oog op de tas laat vallen, opent mijn vriendin Liselore de deur van de boetiek in hét modedorp van het Gooi. Hier slaag je vast voor een spijkerbroek Siem.’
Om de hoek van de deur ligt een kale, witte terriër met een lichtrode vlek op zijn neus. Zijn mand staat op de marmeren vloer.
Aan weerszijden van de winkel hangt de kleding op kleur en strak in het gelid. Er klinkt  bluesmuziek uit de speakers.

‘Goedemorgen ladies, kijken jullie even rond, of…?’
De witte hond gromt en blaft. ‘Bully, stil maar’, zegt de verkoopster.
Bully draait zich langzaam om en gaat met een mengeling van een zucht en een grom liggen. De verkoopster heeft een bos roodbruine krullen en een hees stemgeluid. Ze draagt een rozerode jurk en knalroze glimmende laarzen met een stilettohak. Ze lijkt op actrice Katja Schuurman, maar dan vijftien jaar ouder.

‘Eh, ik ben op zoek naar een spijkerbroek.’
‘Loop maar mee, de denimhoek is achterin links.’
Haar hakken klikklakken op het marmer.
In het voorbijgaan valt mijn blik op een serie handtassen. ‘Liseloor, kijk die camelkleurige schoudertas.’
Liselore knipoogt. Zo’n tas is een match bij een diepdonkerblauwe jeans.’

Mevrouw Katja tuit haar lippen en inspecteert mijn lijf. Ik gok dat je maat dertig hebt.’
Ik knik bevestigend.
Ze overhandigt me drie spijkerbroeken.
In het pashokje bestudeer ik de labels van de broeken. Zonder leesbril kan ik de prijs niet ontcijferen.
In de broek met wijd uitlopende pijpen loop ik het hokje uit.
Katja klapt in haar handen. ‘Bééldig, deze jeans zit je als gegoten.’
Liselore slaat een sjaal om in donkerbruine en lichtblauwe tinten.
Katja drapeert de sjaal als een heuse styliste om Liselore haar schouder. Bééldig’, klinkt het weer.
Ik haal mijn leesbril tevoorschijn en slik als tot me doordringt hoeveel de spijkerbroek wel niet kost. In het pashokje overleg ik met mezelf. Ik kan iedere euro maar één keer uitgeven.
Liselore schuift het gordijntje opzij en steekt haar hoofd om de hoek. Siem, je moet diep in de buidel tasten, maar je hebt van zo’n broek jaren plezier.’

De donkerblauwe jeans met uitlopende pijpen leg ik op de toonbank.
‘Doet u die er maar bij’, en ik wijs naar de tas aan de rechterkant.
Ik houd mijn creditcard boven het betaalapparaat. Mijn leesbril staat nog op mijn neus. Mijn ogen verwijden zich bij het zien van  het totaalbedrag dat oplicht.
‘Oh nee, dit is niet de bedoeling. Ik dacht dat u zei dat de tas zeventien euro en vijfennegentig cent kost.’ Ik voel het bloed naar mijn hoofd stijgen.
Katja rolt met haar ogen en zucht diep. Tja, als u het niet kunt betálen.’
Nee mevrouw, antwoord ik. ‘Ik wíl dit niet betalen voor een tas. U zei zeventienvijfennegentig, niet zeventienHONDERD vijfennegentig.
‘Wat denkt u nou zelf? Deze tas is met de hand gemaakt.’ Met een zucht zet ze de tas terug en past ze het bedrag aan.

Liselore en ik lopen naar de deur. Voordat ik de deur open, steek ik mijn tong uit naar de grommende terriër.
‘Dáág Bully.’