‘Siem, er komt een auto aan.’
Met de camera van mijn iPhone voor mijn neus, zit ik op mijn hurken op de Horstlaan. Niet langs de weg, maar midden op straat. Twee meter voor mij ligt de hoogste verkeersdrempel van ons dorp. Een perfect plaatje voor bij mijn laatst geschreven verhaal: Hobbel.
‘Siem, kom nou!’, roept Marjolein. Snel druk ik op de sluiterknop van mijn iPhone en veer ik overeind.
Ik zet een stap richting de berm.
En dan val ik plotseling voorover. Ik steek mijn handen uit om mijn val te breken. Steentjes snijden in mijn handpalm.
‘Siem!’
Banden piepen. Een portier slaat dicht.
Mijn zus rent op me af, samen met de automobilist. Ze hijsen me overeind.
‘Wat gebeurde er?’
Marjolein pakt me bij mijn schouder. ‘Je maakte een smakker zeg. Heb je pijn?’
Ik schud mijn hoofd.
‘Bent u in orde?’, vraagt de automobilist.
Ik knik. De man draait zich weer om en loopt naar zijn auto.
Marjolein helpt me naar de berm. Op dat moment horen we het.
Flip. Flap.
Flip. Flap.
We kijken tegelijk naar mijn schoenen.
Schoenen die ik vanochtend in een doos aantrof, toen ik op zoek was naar een fotoalbum. Twintig jaar geleden gekocht, speciaal voor de wandelvakantie met ex Peer. En daarna nooit meer gedragen. Hanwag. Ze kostten me destijds een duit.
‘Als je wandelschoenen koopt, koop dan van het merk Hanwag, dat zijn de beste’, kreeg ik altijd te horen. Al die jaren zat dat merk in mijn hoofd. En nu blijkt dat dit paar al twintig jaar op zolder ligt te wachten op een volgende wandeltocht. Wie wat bewaart die heeft wat.
Flip. Flap.
Ik til mijn rechtervoet op. De zool hangt helemaal los.
We buigen tegelijk voorover. ‘Helemaal verteerd’, zeggen we in koor. Het oogt alsof de ratten eraan hebben geknaagd.
Dan drupt er iets op mijn broekspijp. Bloed. Mijn handen zitten vol met grindsteentjes, het bloed komt eruit.
‘Kom’, zegt mijn zus, ‘we lopen voorzichtig naar huis.’
Ik zet een stap.
Flip. Flap. De linkerzool laat ook los.
We trekken beide zolen eraf.
Voetje voor voetje schuifel ik huiswaarts. Zonder profiel en zonder grip. Wanneer we het pad oplopen, zwaait Hans vanuit de woonkamer.
‘Siem, wat heb jij gedaan?’, roept hij bezorgd uit als hij mijn handen ziet.
‘Ze heeft geluk gehad Hans’, zegt Marjolein. ‘Ze werd bijna aangereden.’
We vertellen het verhaal.
Hans kijkt naar de zolen in mijn hand. Dan naar mijn voeten.
‘Siem, ik ben blij dat het goed is afgelopen. Maar wat ben jij een halve zool met je twintig jaar oude wandelschoenen.’
—

Halve zool hi hi