‘Kijk’, zegt de gids in zijn groene parka. Hij wijst omhoog. Wij kijken allemaal naar de gerestaureerde gevel met de ruitjesramen. Dan valt mij het silhouet op van een jongetje dat tegen de regenpijp omhoogklautert.
De gids glimlacht. ‘Hij wilde naar de meisjes, maar hij werd betrapt. Hij pauzeert even. ‘En toen zetten ze hem op straat.’
Voordat we naar deze binnentuin liepen, vertelde de gids over Elisabeth van Culemborg. Op het plein staat een uit steen gehouwen beeld van haar. De gids vertelde dat Elisabeth geen kinderen had en haar kapitaal naliet om een weeshuis te stichten. In dit voormalig weeshuis was een jongens- en een meisjesvleugel. Zij mochten elkaar beslist niet zien. Aan de kant met de blinde ramen sliepen de meisjes. Zij hadden alleen uitzicht op de binnentuin. Aan de zijde met uitzicht op straat sliepen de jongens.
‘Op straat gezet?’, herhaal ik. ‘Een weeskind?’
De gids haalt zijn schouders op. ‘Zo ging dat.’
Ineens denk ik aan het jeugdboek Kruimeltje waar ik vroeger zo om huilde. In dat boek zwierf een straatschoffie door de besneeuwde straten, zonder enige familie. Met hem is het geloof ik weer goed gekomen, maar hoe is het dit jongetje vergaan?
De gids vertelt verder over een stadsmuur uit 1300. In gedachten zie ik het regenpijpjochie op straat lopen, door de regen. Zonder eten en zonder onderdak. Bij een bakker probeert hij een stuk oud brood te krijgen. Of misschien jat hij een appel van een handkar.
We lopen verder. Terwijl de gids vertelt over de historische gebouwen zie ik alleen maar die arme drommel met zijn handen om de regenpijp. Zijn voetjes zoeken houvast. Eén misstap en je valt of je wordt gepakt en op de keien gezet.
Dan staan we weer op De Markt, het hart van Culemborg.
‘Dit was het einde van de rondleiding, ik hoop dat u genoten heeft.’ De gids verdwijnt een zijstraat in.
Ik kijk om me heen. Kinderen joelen rond een fontein. De terrassen zitten vol. Glazen klinken en bestek tikt tegen borden. Een ober zet een uitsmijter en een tosti neer. Het ruikt uitnodigend. Maar ik wil naar huis. Ik blijf denken aan het jongetje dat te hoog klom. Wat zou Elisabeth van Culemborg hiervan gevonden hebben? Op De Markt draai ik me nog een keer om. En ik kijk uit over de stad die ooit een huis bouwde voor kinderen zonder thuis, maar ze zonder pardon er ook weer uitgooide.
—

Ik denk dat hij achteraf wel blij mocht zijn. Meer dan de de helft van de kinderen werd in die tijd geslagen of misbruikt en opgesloten als ze iets verkeerds hadden gedaan.
Niet meer aan terug denken
Dank je wel Marcel.
Mooi gedaan,Siem…ik liep helemaal met jou en dat jongetje mee!
Dank je wel Marijk!
Je zou graag willen weten hoe het afliep met het jongetje…..
Dank je wel Vera. Zo lief hoe jij en anderen met mij meevoelen.
Hier kan ik zo van volschieten Simone. Je weet me te raken. En dat in Culemborg, waar de sociale veiligheid een toenemend zorgpunt is op dit moment.
Dank je wel Marjon voor jouw treffende reactie.
Ja, dat blijft je bezighouden. Ik voel helemaal met je mee door de fijne wijze waarop je het verhaal schrijft.
Hoi Simone,
Ik wilde je even laten weten dat ik je korte verhalen echt leuk vind om te lezen. Voor mij werkt dit heel goed. Soms kijk ik ook naar het NOS Journaal in makkelijke taal, gewoon om zeker te weten dat ik het nieuws goed begrijp — een beetje met een glimlach, want soms voelt dat toch een beetje lui.
Maar jouw verhalen zijn anders: ze zijn niet alleen leuk, maar dagen me ook uit. Ik merk dat ik woorden tegenkom die ik niet ken of nooit echt bewust heb opgepikt, en dat vind ik eigenlijk heel waardevol. En het mooie is: even klikken en ik weet het — geen dikke Van Dale meer nodig.
Woorden zoals “kei”, “drommel”, “klauteren”, “glimlachen”, “joelen” — sommige kende ik half, andere helemaal niet, of ik gebruikte ze nooit actief. Grappig hoe zoiets ineens op zijn plek valt.
Je weet dat ik nooit veel heb gelezen buiten studieboeken, en met Ménière is lezen soms best intens. Maar korte verhalen zoals die van jou — in het Nederlands, interessant en leerzaam — doen me echt goed.
Dank je daarvoor.
Groet,
David
Lieve David,
Jouw reactie vind ik zo fijn. Het is een compliment zoals ik nog nooit heb ontvangen. Dank voor jouw interesse in mijn verhalen. En ik hoop zo dat de Ménière bij jou afneemt. XS
Wees lief