Categorieën
Uncategorized

KANTOOR

‘Goedemorgen’. ‘Goedemorgen’.

Met de lift zoeven we naar boven, dan drie gangen door en de hoek om. ‘Goedemorgen’. ‘Een goedemorgen’.

Met een vriendin ga ik mee naar haar werkplek. Het is stipt 9.00 uur en haar collega’s zie ik op de koffiemachine afstevenen. Eén blije eikel staat naast de koffiemachine, heft z’n hand continu in een zwaaibeweging en wenst iedereen een hartelijk goedemorgen.

Iedereen begroet mij alsof ik ook een collegaatje ben. En ja, ik voel me ook direct een collega. Binnen no time heb ik het gevoel dat ik hier aan de slag ga en dat mijn vriendin mij m’n werkplek aan zal wijzen.  We lopen verder over de muisgrijze vloerbedekking met kanariegele vlakken en passeren links en rechts kamertjes met daarin twee of drie bureaus. In al die kamertjes zitten mensen met een desktop voor hun snufferd en een lamp boven hun hoofd. Overal zie ik koppies starend naar een scherm.

De een heeft uitzicht op spuuglelijke nieuwbouw en de ander op het pittoreske centrum. Ik zou vechten voor het mooiste uitzicht. Het is goed dat ik geconfronteerd word met een kantoorbaan en ik besef waarom ik mijn baan heb die ik heb. Mijn vliegbaan. Klinkt dit onaardig naar al die mensen die op een kantoor werken? Ja, het klinkt onaardig. Nee, zo is het niet bedoeld. Ik realiseer me heus dat het gaat om wat je aan je bureau doet. ‘Wil je koffie Simone?’ ‘Nee, nee, hartelijk dank, ik ga weer door.’ Al huppelend verlaat ik het pand.

Categorieën
Uncategorized

WINNAAR

Een gehaaste pakketbezorger staat voor de deur. Gisteren heb ik online – in de ausverkauf – een jurk besteld vanuit Duitsland. Het lijkt me sterk dat deze er vandaag al is. Verder hebben we niets besteld dus het zal me benieuwen. Op de doos ontwaar ik een envelop met in rood de letters VARA erop. Dan wil ik subiet het pakket uit de handen van de bezorger grissen.
Het zal toch niet, het zal toch niet waar zijn. Of toch?

Al 45 jaar doe ik ijverig mee aan puzzels en slagzinnen. Zelden win ik iets. Ja, een keer een sporthanddoek van Spa Blauw. Maak de slagzin af: Spa Blauw is ……. Wat had ik ervan gemaakt? Spa Blauw is gezond voor lichaam en geest.

Toen ik vijf jaar oud was, deed ik al fervent mee aan kleurwedstrijden. Het viel mijn moeder op dat ik iedere dag de brievenbus inspecteerde. ‘Wat verwacht m’n kleine meid?’ ‘ ‘Dat ik een prijs heb gewonnen mamma.’ Serieus, dit weet ik nog.

Twintig jaar geleden won ik de meest eervolle prijs. Ik deed mee aan de Tweespraak in het programma Tijd voor twee van Frits Spits. Het bord dat ik toen won met daarop in sierlijke letters geschilderd mijn tweespraak, prijkt nog altijd aan de muur van het toilet. Hier komt ie: Twee badmeesters zien een dumpkind binnenkomen, zegt de één tegen de ander: ‘wie moet er nou het hoofd boven water zien te houden?’


M’n hart maakt een buiteling en ik ontdoe de doos van een lading bubbeltjesplastic. Ja hoor, het is ‘m echt. De Sonos luidspreker.
Ik heb gewonnen, joehoe.

PS: hoe reageert mijn neef van 19 jaar? ‘Hartstikke vet en geen wonder dat je hebt gewonnen, want je bent zo’n beetje de enige abonnee.’

Categorieën
Uncategorized

ROOD GOUD

Even citroenen kopen op zaterdagmiddag. Ik loop bij de Turkse winkel naar binnen. Drie citroenen voor één euro. Achter in de hoek staat een rek met veters. Dat had ik hier nog niet eerder gezien. Voor de kassa sta ik in de rij. Voor mij staat een mevrouw die naar achter snelt, omdat ze ook in ene citroenen wil hebben. Ooit hoorde ik ‘een echte kok kookt nooit zonder citroenen.’ De man achter de kassa zie ik voor het eerst. Hij ziet mij kijken naar prachtige mini-pakketjes die in zijn vitrine liggen. Pakketjes met vreemde gouden letters erop. Hij helpt me uit de droom. Het is saffraan uit Iran. Saffraan uit Iran? Hoe komt hij hier aan, vraag ik me af. Ineens valt er een kwartje. Er staat een andere naam op de ruit. ‘U bent nieuw?’ Hij glimlacht en legt me uit dat hij voorheen schoenmaker was. Ah, dat verklaart de veters. Hij komt uit Afghanistan. De Turkse winkel is nu een Afghaanse winkel. Zijn moeder woonde in Iran. Twee weken geleden was de begrafenis. Heel kort zie ik droefenis in zijn ogen. Hij veert op als ik hem vertel dat ik in Teheran ben geweest. Hier ben ik meerdere malen geweest, omdat ik werk voor KLM. Hij legt me uit waar zijn moeder woonde, in Mashdad. Ook vertelt hij me dat hij naast een piloot woont. Een hele aardige piloot. Ik ken hem en bevestig een beetje te nadrukkelijk dat ik deze collega ook een hele aardige man vind. Een beetje te, alsof het uitzonderlijk is dat piloten aardig zijn.

  Vol trots tovert hij vanuit de vitrine de pakjes saffraan.

Dit rode goud helpt tegen stress, zo gaat het verhaal. ‘Geef me dan maar een kilo’, grap ik. Hij vervolgt zijn verhaal dat deze saffraan werkelijk bijdraagt aan een gelukkig leven. Ik beloof hem dat ik recepten ga opzoeken waar het rode goud in gebruikt wordt. In mijn vele receptenmappen (niet dat ik kan koken), weet ik dat ik een artikel heb van de ”saffraanpolitie”uit het Parool.  Dat heb ik thuis meteen opgesnord. Het artikel gaat o.a. over nepsaffraan. Ook wordt vermeld waar het allemaal tegen helpt zoals behalve stress ook tegen de griep, infecties aan de luchtwegen, geelzucht, mazelen, cholera, diabetes, tandpijn, huidproblemen en bovenal tegen slapeloosheid.  Recepten zoals muntthee met gember en saffraan, risotto Milanese, paella, omelet. Enfin, kijk zelf maar op saffraanrecepten.nl

Categorieën
Uncategorized

JEUK

Gewoon in het diepe springen. Dat is wat ik moet doen. Niet aarzelen. Beginnen. En dat is wat ik nu doe. Hoe komt het dat het zo lang duurt bij Simone. Ik leg de lat hoog.

Wanneer ik ga vliegen, ontmoet ik passagiers of collega’s waarvan ik heilig van overtuigd ben dat het de bedoeling is dat ik hen ontmoet. Dat hun verhaal aan mij verteld moet worden. Het werkt overigens ook de andere kant op. Dat ik aan derden een zinnige boodschap kwijt kan. Op het bemanningencentrum kwam ik een collega tegen die vertelde dat hij 2e-jaarsstudent Arabische taal- en letterkunde is aan de VU. Deze collega werkt fulltime. En de gezagvoerder vertelt met een grote grijns dat hij op 40-jarige leeftijd is begonnen met saxofoon te spelen. Nu zit hij in een band. Hoe heet de band? De band heet DAB. Donderdagavondband.

 Aan boord zat onder de passagiers in de business-class een ex van mij. Mijn ex uit Utrecht. Het kostte me moeite om me te concentreren op mijn werk. Hij liet foto’s zien van zijn verbouwde zolder inclusief de muziekhoek. Meteen was ik in mijn hoofd naar 15 jaar geleden en zag zijn muziekkamer voor me. Op alle wanden zat schuimstof met piramidestructuur. In de kamer ernaast lag ik in bed te herstellen van een voetoperatie. De man was zijn muziek aan het finetunen. Het geluid werkte heilzaam op mijn botpijn. Het was de nieuwe tune voor het televisieprogramma Vinger aan de pols. In het vliegtuig vertelde hij me dat het blijft jeuken, het verlangen om wederom muziek te gaan maken. Precies, het blijft jeuken. Dat zijn de woorden. Als het blijft jeuken, ga aan de slag. Dat geldt voor hem met de muziek en dat geldt voor mij met het schrijven. Dat hebben ex en ik toch maar mooi gemeen.