Categorieën
Uncategorized

CONTIKI

Er zijn mensen die stelen uit onvrede.

Ik ben het beu om op zaterdag naar ‘s-Gravenhage te rijden en over te werken.’

Het is 2006. Mijn vader houdt zijn Wedgewoodkopje in de lucht ten teken dat zijn vriendin Sonja nog een keer mag inschenken.

‘Simone, ik ga je wat opbiechten.’

Ik recht mijn rug.

Een paar zaterdagen terug had ik om 15.00 uur alle paperassen op mijn bureau weggewerkt. Ik liep naar het voorraadmagazijn en heb zoveel pakken Douwe Egberts-rood meegenomen als ik kon dragen. De week daarop lag er een briefje bovenop de resterende pakken koffie. ‘Wie steelt is een dief’ stond erop.’

Pa kijkt me met zijn fijngeknepen ogen en een brede glimlach aan alsof hij de mop van de eeuw vertelt. Ik weet geen woord uit te brengen en ik kijk naar Sonja. Van Sonja krijg ik geen bijval. Logisch, ze is geen haar beter en maakt het vele malen bonter. Haar voorraadkast puilt uit van de grootverpakkingen toiletpapier, vuilniszakken en schoonmaakmiddelen. Ze gapt deze uit het verzorgingshuis waar ze werkt als hoofdverpleegkundige. Zelf zei zij altijd hóófdverpleegkundige.

Een collega vertelde aan mij dat wanneer hij in het huis van zijn ex-vrouw was, hij stiekem een fles rode wijn pikte. ‘Dat merkt het drankorgel toch niet’, waren zijn woorden.

‘Waarom doe je dat in vredesnaam?’ Zijn stemgeluid zakte. ‘Toen wij in scheiding lagen, betaalde zij met míjn bankpas de kosten van háár advocaat.

Mocht ik ooit de neiging krijgen om uit hebzucht, onverschilligheid of boosheid spullen te ontvreemden dan vertrouw ik erop dat bij mij de alarmbellen afgaan. Als ik een paperclip achteroverdruk geeft dat mij al een slecht gevoel.

Wanneer er bij Albert Heijn per ongeluk iets in mijn boodschappenkar blijft liggen, loop ik naar de servicebalie om het alsnog te betalen.

Het is 1981. Met twee vingers strijk ik over de bewasemde spiegel. Ik staar naar mijn evenbeeld. Mijn natte haren druppen op het azuurblauwe douchematje. ‘Lijk ik op mijn moeder?’, mompel ik tegen mezelf.

Het matje is zo blauw als de kozijnen van de huizen op het Griekse eiland Kos. En het is met wit glansdraad omrand. In het midden staat met sierlijke letters CONTIKI.

‘Mam, heb jij dat matje meegenomen?’

Een herinnering aan de Griekse zon mijn kind.’

‘Wie steelt is een dief! Hoe kun je? Waarom koop je niet zo’n ding bij de Hema?’

Ach, één zo’n matje. Daar ligt het hotel niet wakker van hoor.’

‘Gestolen goed gedijt niet. Dat zeg jij toch altijd?’

Mijn moeder haalt haar schouders op en slentert de badkamer uit. Ik loop naar mijn slaapkamer en smijt de deur dicht.

Die mat was het begin van mijn moeders wat-kan-mij-het-bommen-mentaliteit. Voor mijn moeder was het te laat om tot inkeer te komen.

Maar ik vertrouw op míjn alarmbellen.

Één reactie op “CONTIKI”

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *