PAPEGAAI

‘Tilly van me, ik bel je zo terug. Ik moet eerst bier, anders trillen mijn handen zo.’

Hans en ik wisselen een blik.
We zitten met een espresso voor ons en met onze voeten in het zand. De zee ruist en uit de luidspreker klinkt een lied over een corazón partio, een gebroken hart. Tot een stem achter ons deze idylle van tafel veegt.

Aan het tafeltje achter Hans zit een man met ontbloot bovenlijf. Hij draagt een Ray-Ban met spiegelglazen en op zijn borst gromt een tijger. Over zijn schouder kronkelt een slang met zijn tong uit de bek. Op zijn armen zitten een gorilla en een zwarte vos.

‘Hé Til,’ klinkt het in plat-Haags, ‘daar ben ik weer. Proost wijffie.’ Hij heft zijn glas naar het scherm van zijn mobiel en klokt het bier naar binnen.
‘Kijk Til, strakblauw.’ Hij steekt zijn telefoon in de lucht. ‘Mooi hè.’
Hans buigt naar me toe. ‘Hebben wij dit? We kunnen amper een woord wisselen.’
Ik neem een slok espresso.

‘Til, die lucht is er ook voor jou. Weet je, we kennen elkaar al zo lang, kom gewoon naar Spanje. Dan delen we de huur.’
Hans schudt een beetje met zijn hoofd en ik schiet zachtjes in de lach.
‘Ik en jij Til. Hoe mooi.’ Hij steekt zijn vinger in de lucht.
‘Wach effe Til.’ Er komt nog een bier.
De man legt een hand op zijn borst. ‘Bij jou kan ik mijn gevoel uiten. Daarom Til, pak het vliegtuig naar Málaga.’

Hans en ik zeggen niets meer. Die Hagenees praat zo hard dat wij elkaar toch niet verstaan.
‘Wát zeg je? Een hond kopen? Toch niet in Nederland?’
Hans trekt één wenkbrauw op en vist zijn sudokuboekje uit de tas.

‘Hoeveel ga jij voor zo’n hond lappen? Vijfduizend euro?’ Hij slaat met zijn vlakke hand op tafel. Zijn bierglas wiebelt even.
‘Die beesten zijn hier gratis. Joh, neem er hier één. Dan koop je voor vijfduizend euro een wagen. Kunnen we cruisen over de boulevard.’

Hans houdt zijn potlood stil boven een vakje. Hij zucht door zijn neus en schuift zijn stoel zo ver mogelijk naar voren.
De ober zet nog twee espresso’s neer.
‘Hé Til, over dieren gesproken. Kijk’. De man prikt met zijn wijsvinger op zijn rechterborst, vlak naast de slang. ‘Hier heb ik nog een plekkie vrij. En weet je wat ik daar laat zetten Til?’ Hans kijkt op van zijn sudoku.
‘Een papegaai.’
Hans buigt naar me toe. ‘Dat past bij hem.’
Ik frons. ‘Hoezo?’.
Hans knipoogt.
Even later lopen we gearmd naar onze strandbedjes. Achter ons klinkt nog steeds de stem van de man. Hans ploft op zijn bedje en pakt zijn sudoku. ‘Hè hè’, zegt hij, ‘van die lawaaipapegaai zijn we verlost.’

Het is even stil, maar dan horen we vanaf het terras:
‘Til? Til? Ben je daar nog?’
Hans kijkt naar mij.
‘Te vroeg gejuicht.’

                                               —

Deel deze column
4 2 stemmen
Artikel waardering
Abonneer
Laat het weten als er
guest

5 Reacties
Oudste
Nieuwste Meest gestemd
Vera
Vera
15 uren geleden

Ach, weer zo herkenbaar…..

Marcel
Marcel
15 uren geleden

Mooie verhalen zeker nummer 1 en 2.

Marjolein Verweij
Marjolein Verweij
14 uren geleden

Wat heb ik gelachen, lieve zus. Die Hagenees met zijn tijger, zijn slang en zijn papegaai, ik zag hem zo voor me. En wat mooi hoe jullie er samen om kunnen lachen, met jullie voeten in het zand en een espresso erbij. Juist die kleine momenten samen raken me. Bedankt dat je ze met ons deelt.

Scroll naar boven