Categorieën
Uncategorized

WAKE-UPCALL

Ik heb de beslissing genóóóóóóómen. Ik zet er een púnt achter. Het is klaar en het is móóóói geweest na vierendertig jaar als loonslaaf.’

Mijn man kijkt mij met opgetrokken wenkbrauwen aan terwijl neef M. uit Eindhoven met dubbele tong verder lalt over zijn keuze om gebruik te maken van de vrijwillige vertrekregeling die zijn werkgever biedt.

Vijf minuten geleden doofde ik de kaarsen, deed ik de deur op het nachtslot en zette ik de kattenmanden in de keuken. Klaar om naar bed te gaan. Toen ging de telefoon en die sprong automatisch op de speakerstand. Ik kan dus meegenieten van dit late gesprek.

‘Het werk kan ik ondertussen met twee vingers in mijn neus doen en die koppen op kantoor kan ik niet meer zien, weet je. Wacht effe, ik pak nog wat ijsklontjes voor mijn béste vrind.’

Waar heeft die man het over? We horen klokkende geluiden en het getingel van ijsklontjes tegen zijn glas.

‘Je beste vriend?’

‘Jaaaaaa, dat is Jan de Stapper.’

Het kwartje valt: Johnnie Walker.

‘Financieel kan ik het wel lijden, ik heb kind nog kraai en daarom heb ik de beslissing genóóóóóóómen door op de knop te drukken van de vrijwillige vertrekregeling.’

Oh, daar gaat ie weer.

Mijn gedachten dwalen af naar de groepsapp uit de buurt. Een buurvrouw ergerde zich aan het gezeur en gezever in de groepsapp. Ze stuurde een foto van zichzelf, met lodderige ogen en haar middelvinger omhoog. Het glas dat halfleeg naast haar stond, was nog net zichtbaar. Ai, koning alcohol doet rare dingen met je. De buurvrouw heeft inmiddels de groepsapp verlaten.

Zelf drink ik ook graag een glaasje limonade zoals ik witte wijn liefkozend noem. Een keer hing ik met een vriendin aan de lijn toen ik totaal onbekommerd een derde glas tot mij nam. Ik sprak op een slepende toon en zij werd kortaf.

Nu bewaak ik mijn grenzen met ijzeren hand en sta ik ’s ochtends fris en fruitig op.

Neef M. begint voor de zesde keer over zijn beslissing. Ik kijk mijn man aan. Tegelijkertijd geven we elkaar een knipoog.

‘Zo jongens de bodem is in zicht, ik ga jullie hangen. Houdoe hè.’

Foto: Teunis Smit, Wine&Spirits Driebergen

Categorieën
Uncategorized

DAAR BEN IK WEER

‘Meneer Slivovitsj, meneer Slivovitsj?’, klinkt het door de wachtruimte van de radiologieafdeling.

Iedereen in de wachtruimte kijkt elkaar kort aan. De man op zijn geruite pantoffels, de vrouw met het slangetje in haar neus en mijn man, in een rolstoel. (De rolstoel is tijdelijk) Hij heeft zijn jas over zijn benen geslagen, want hij heeft het ijskoud. Er moet weer een CT-scan van zijn hoofd worden gemaakt. Meneer Slivovitsj is zoek. De vrouw met het slangetje in haar neus is nu aan de beurt.

Mijn man wordt opgehaald door een verpleegster met een lange paardenstaart. Bij iedere beweging zwiept haar staart op en neer.

Door de lange gang komt een man met een woeste zwarte baard aangelopen. ‘Hallo, daar ben ik weer’, grijnst hij. Ik moest héél nodig naar de plee. ‘Ah meneer Slivovitsj, komt u maar mee’, zegt een verpleegkundige op spierwitte klompen.

Mijn man komt vlot weer terug. Het maken van scans gaat hier aan de lopende band.

Klunzig keer ik de rolstoel en vervolgens verlaten wij de radiologieafdeling. Corona dwingt ons om een andere route te nemen dan op de heenweg.

In de centrale hal word ik overweldigd door pianoklanken. De muziek wordt versterkt in deze hal. Er zit een vijfenzeventigplusser gekleed in grijze pantalon en donkerblauwe blazer achter de piano. Zijn vingers glijden vliegensvlug over de toetsen. Hij speelt of zijn leven ervan af hangt.

Mijn man zingt zachtjes met het lied mee.

‘We’ll meet again

Don’t know where

Do’nt know when

But I know we’ll meet again som sunny day.’

Het lied komt bij me binnen. Ik voel me warm worden en ik dring mijn tranen terug. Wanneer we de bejaarde pianist passeren, draai ik me om en steek ik mijn duim omhoog.

Hij lacht me bemoedigend toe.

Ik vraag me af voor wie hij dit lied speelt. Zou hij dit lied spelen voor zijn vrouw die onder narcose is? Of ligt ze in coma? Ik hoop zo dat ze binnenkort tegen hem zegt: ‘Hallo, daar ben ik weer!’

Categorieën
Uncategorized

BORSTENBUS

‘Houd uw hoofd opzij. En pak met een hand uw andere borst vast’, zegt de vrouw in de witte jas met haar zachte Limburgs accent. Over haar witte jas draagt ze een witte jurk zonder mouwen, van een stevig materiaal, die reikt tot aan haar enkels. Dit allemaal om Covid-19 te weren. ‘Ik doe mee aan Phantom of the Opera’, grapt ze.

Dit speelt zich af in de grote witte borstenbus achter het parkeerterrein van sportclub Hoenderdaal in Driebergen. Syl en ik hebben toevallig rond hetzelfde tijdstip een afspraak. Dat vind ik fijn, want door het zien van die bus trek ik al wit weg. Syl kan babbelen over wat ze een kwartier van tevoren bij de drogist heeft gekocht en dat kalmeert me. Het maken van röntgenfoto’s van je borsten doet bij mij helse pijn en al het verdriet om mijn vriendin Hester komt naar boven.

Alleen is Syl in geen velden of wegen te bekennen.

Mijn linkerborst rust op een glazen plaat. Nu komt er van bovenaf een verticaal geplaatste glazen plaat die over vijf seconden mijn linkerborst fijn gaat pletten. De borstenguillotine. Ik voel een steen in mijn maag. Niet piepen Siem, niet piepen, zeg ik tegen mezelf. Ik moet de moed erin houden. Ik mag blij zijn dat ik hier ben. Hier kunnen ze een gezwel vroegtijdig opsporen en hoe sneller het wordt behandeld hoe minder kans ik heb op uitzaaiingen.

‘Adem in en houd uw adem vast.’

‘Zo, dit was de derde foto, nog eentje en dan zit het er voor u op.’

Ondanks de kalmerende stem van de vrouw prikken er tranen in mijn ogen.

‘U vindt het spannend hè mevrouw?’

Ik heb het gevoel dat mijn keel wordt dichtgeknepen.

Ik breek, de tranen rollen over mijn wangen. ‘Mijn vriendin Hester is aan borstkanker overleden. Samen hebben we nog een prachtig blond haarstuk voor haar gekocht. Ze heeft het slechts vijf weken gedragen.’

‘Wat verdrietig voor u.’ Haar donkerbruine ogen zijn op mij gevestigd.

‘Bent u klaar voor de laatste foto? Een stapje naar voren, kijkt u mij aan, kin omhoog, daar uw hand leggen en zo blijven staan.’

Deze Limburgse lieverd loodst me erdoorheen.

Over tien dagen krijg ik de uitslag.

Op het parkeerterrein bel ik meteen Sylvia. De telefoon gaat lang over. Eerst hoor ik een verscheurende hoest: ‘Hi Siem, ik lig te bed met Covid-19. Ik kon helaas niet komen naar de tietenpletterij.’

Categorieën
Uncategorized

VERLOREN

‘Oh nee, oh nee, ik verlies mijn oorbel’, kermt de dame in haar geruite regenjas met dito hoedje.

Ze kijkt me ontsteld aan en grijpt naar haar oor. ‘Hij is weg.

We staan op De Traay, de winkelstraat in Driebergen, pal voor bloemenzaak Elenbaas. Ik ben onderweg naar De Huiskamer: koffie drinken en de kranten doorspitten. Dat pakt nu anders uit.

‘Ik heb net een herfstboeket besteld en hier buiten doe ik mijn mondkapje af en toen gebeurde het’, vertelt de dame.

Ze praat tegen me en ze kijkt tegelijkertijd hoopvol naar de stoep of haar oorbel daar ligt.

‘Mevrouw, ik help u mee zoeken.’

Ze toont mij haar andere oorbel die nog in haar oor hangt. Ik zie een smalle geelgouden oorring bewerkt met ribbels. Terwijl wij de stenen afspeuren, laat ze me haar vinger zien met een ring van hetzelfde motief. Een verfijnd driemanschap dat nu incompleet is.

‘Deze ring en de oorbellen heb ik geërfd van mijn moeder en ik heb ze aan mijn dochter beloofd voor als ik er niet meer ben.’

De stoep ligt bezaaid met eikels. Twee heren, de een trekt een boodschappentrolley achter zich aan, helpen mee met zoeken. Anderen komen informeren wat er allemaal aan de hand is. Nog een vrouw biedt aan te zoeken.

De dame doet haar jas uit. Iedereen kijkt verwachtingsvol of de oorring daar uit rolt. Helaas. Een van de heren zet een plant op zijn kop en schudt die uit.

Teunis, de slijter aan de overkant, staat in de deuropening te koekeloeren naar wat er zich aan de overkant afspeelt.

‘Mevrouw, we blijven zoeken, desnoods tot de zon ondergaat’, grap ik. ‘Tussen al die eikels moet die liggen.’

Aan de ene kant geeft het me een goed gevoel om te helpen met zoeken en aan de andere kant hunker ik ondertussen naar koffie en de krant.

Jan-Willem de bloemist reikt bezems, een stoffer en blik, en een emmer aan. Zijn plan is dat wij alle eikels opvegen en in de emmer doen. De dame kan dan de inhoud van de emmer thuis op een krant uitstrooien.

Ik slaak een gil. ‘Het achterkantje, ik heb het achterkantje gevonden.’

De eigenaresse glimlacht.

Ondertussen kan ik geen eikel meer zien. Toch zoeken we met vijf man sterk verder. Zo te zien staat haar het huilen nader dan het lachen. Een koude bries steekt op. De dame trekt haar geruite hoedje stevig over haar hoofd en de oorbel duikelt plots naar beneden.

De koffie heb ik verdiend.

Categorieën
Uncategorized

PAPPA

De zweetdruppels voel ik kriebelen in mijn nek. Voorzichtig schuif ik een lilakleurige parasol uit op het terras aan de Kempenaerstraat in Oegstgeest. Ik nestel me op de bontgekleurde kussens op het houten bankje. Van de hitte voel ik mijn zonnebril langzaam van mijn neus afglijden.

Over een minuut of twintig verwacht ik Syl en dan gaan we hier samen lunchen. Expres ben ik eerder om mensen te spotten en om op adem te komen. Ik bestel alvast een gezond sapje: een crazy carrot. Naast wortel, zit er appel, limoen en gember in.

Er komen twee dames aangefietst. Een van hen draagt een groene jurk met witte stippen en fietst op een elektrische bakfiets. Op de houten bak staat de naam Babboe city. Er zit een peuter in met een blonde kuif en een zonnebril op. Een van de serveersters snelt meteen naar hen toe met een kinderstoel. De moeder wurmt haar zoontje, van ik schat anderhalf jaar oud, in de stoel. De dames zijn vast kind aan huis hier. Het knulletje draagt Golden Goose sneakers. Ik herken ze, want ik heb precies dezelfde, maar dan een paar maten groter. De moeder pakt haar tas uit, er komt een drinkbeker en een knijpflesje uit.

De hummel gooit zijn zonnebril op de grond en speurt met zijn heldere blauwe kijkers het terras af. Ik lach hem toe en ik hef mijn wijsvinger omhoog.

‘Pappa?‘, kraait hij verwonderd. Ik hoor ook hoop doorklinken: ‘pappa, ben jij het?’ Moeders veert overeind en kijkt om zich heen. Alsof ze meent dat haar man op een dinsdagmiddag in deze winkelstraat rondstapt. Nog een keer tuurt ze, van links naar rechts en weer terug.

Ze aait haar kleine man over zijn bolletje, ‘pappa is er niet hoor, pappa is centjes aan het verdienen.’ De kleine kijkt haar niet begrijpend aan.

‘Hoe komt Basje daar toch bij?’, mompelt ze tegen haar vriendin.

Ik knipoog naar Basje en ik besluit zijn moeder niet in te lichten waarom Basje mij voor zijn vader aanziet.

Categorieën
Uncategorized

ZIEKENHUIS

Ik duw mijn man voort in de leenrolstoel door de lange gang van het UMC Utrecht.

Voor de tigste keer in zijn leven wordt hij geopereerd. Voor de tweede maal een operatie aan zijn hoofd. We passeren de tijdschriftenkiosk, de kapsalon en de bloemist, waar de bloemen al in een vaasje staan. En daar is de stand met heliumballonnen met opbeurende teksten zoals: dikke knuffel, get well soon, big hug en de knalgele ballonnen met de grote glimlach. Ik vraag me af waarom zoveel teksten in het Engels moeten.

Net voordat ik de rolstoel naar de liften manoeuvreer botsen we tegen Ed en Marian op, uit ons dorp. ‘Check jij nu in, in dit hotel?’, grapt Marian tegen mijn echtgenoot. We lachen in koor. Tegelijkertijd slik ik een brok in mijn keel weg. Weer een narcose, kan hij dat nog wel aan? Komt hij hier heelhuids uit? Loopt hij geen infectie op, of corona?

De verpleegkundige neemt de intake af, terwijl manlief op de gele wafeltjessprei van het ziekenhuisbed zit. ‘Rookt u? Drinkt u? Heeft u vanmorgen ook gedronken?’ Altijd weer dezelfde vragen. Een patiënte met getekende wenkbrauwen zit met uitgestreken gezicht te appen. De patiente daarnaast staart uit het raam. Haar hoofd is ingezwachteld. In het bed naast mijn man ligt een mevrouw in een kort nachthemd op haar zij met opgetrokken knieën, pose zie-poes-net-niet. Ze heeft een getatoeëerde vlinder op haar bovenarm.

De volgende dag is mijn man in plaats van 9.15 uur pas om 15.00 uur aan de beurt. Ik hoor de snik in zijn stem vlak voordat hij de O.K. wordt binnengereden. De hele dag wachten, nuchter moeten blijven en maar aan de operatie denken, heeft hem geen goed gedaan. Om 16.30 uur meld ik me bij de balie C3 Oost. De operatie duurt een uur, half uurtje verkoeverkamer, dus hup daar is hij weer. Niet dus.

Bij het zitje in de hal met uitzicht op de koffiemachine en flesjes fris en water houd ik als een havik de liftdeuren in de gaten in de hoop dat ik manlief snel in een ziekenhuisbed voorbij zie komen. Hij moet via deze route weer richting zijn kamer. Er passeert een groep o.k.-verpleegkundigen, ze dragen lichtblauwe broeken en daaronder witte muilen. Bij elke stap die ze zetten, hoor ik een ruisend geluid. Uit de lift stapt een arts, te herkennen aan de halflange witte jas over zijn privékleding. De man heeft kringen onder zijn ogen. Zou hij mijn schat net geopereerd hebben? Ik drentel op en neer en tuur uit het raam naar de binnentuin met van die met mos begroeide rotsen. In ene staat er een verpleegkundige voor mijn neus. Een knul met donkerbruine krullen. ‘Ah, daar bent u, de neurochirurg probeert u te bellen en hij krijgt u maar niet te pakken.’ Met mijn mobiel in mijn hand kijk ik de jongeman glazig aan. Hij tuurt op het scherm van mijn mobiel. ‘U heeft op deze plek geen bereik, omdat het ziekenhuis hele dikke muren heeft. De neurochirurg wil u vertellen dat de operatie prima is verlopen.’

Dan gaat de liftdeur open en rolt eindelijk het ziekenhuisbed met mijn man eruit. Hij moet plat blijven liggen. Er zit een wonddrain aan zijn hoofd, ik zie een dieprood bundeltje gaas en een kaalgeschoren rechthoek met een hechting in de vorm van een touwladder. Manlief glimlacht naar me, murmelt wat en valt in slaap.

Hij heeft het weer overleefd.

Categorieën
Uncategorized

DE AANHOUDER WINT

Syl zit verlekkerd naar het roze doosje bonbons op tafel te kijken, maar ze schrikt op van de schelle tring van de deurbel.

‘Ah, daar zul je hem hebben Syl.’ Ik veer overeind, zet gauw mijn koffiekopje op de glazen salontafel en snel naar de voordeur.

‘Wie Siem?’, vraagt Sylvia en ze komt achter me aan.

‘Nee, niet wie, een pakket. Een pakket uit België.’ Ik omarm het pakket en ik draai in de rondte. Er gaat een golf van opwinding door mijn lijf en ik voel mijn wangen helemaal rood worden.

‘Heb je kleding besteld in België?’

‘Niks kleding, ik heb een thermoskan van het merk Alfi gekocht. Jij denkt natuurlijk dat de herfst-wintercollectie in de schappen ligt en dat Siem er als eerste bij wil zijn. Ja, je kent me goed, ik ben dol op kleding, maar nu is de Alfi-kan voor mij belangrijker dan een nieuwe jurk of een paar laarzen.’ Het pakket houd ik nog steeds tegen mijn borst gedrukt alsof het een baby is. ‘Syl, kan jij je nog herinneren dat ik een ronde roestvrij stalen thermoskan had? Die thermoskan was van tante Mietje. Die hebben we samen zo’n jaar of twintig geleden gekocht in Tilburg. De thee blijft in zo’n kan wel zes uur warm. Tante Mietje omringde zich graag met klassieke, duurzame spullen. Na haar overlijden mocht ik de kan hebben. En toen hoorde ik een paar weken geleden in de keuken “pang”. Ik tilde de kan op en voelde en hoorde wel duizenden stukjes heen en weer tikken tegen de binnenkant van de kan. Oh, ik voelde me ontredderd zonder de kan van mijn liefste tante.’

Ik besloot ‘m meteen opnieuw aan te schaffen, zo gehecht was ik aan die thermoskan. Bij de firma Fonq zou het moeten lukken….“vandaag besteld, morgen in huis.” Niet dus. Wat een ellenlange zoektocht heb ik achter de rug.’

Ondertussen peuter ik de verpakking los. ‘Ja hoor, precies dezelfde.’ Ik krijg een wee gevoel in mijn buik. Met twee vingers aai ik over de glanzende dop alsof het een kat is.

‘Een week na mijn bestelling bij Fonq krijg ik een mail van firma Cookinglife, een partner van Fonq, dat deze niet meer op voorraad is. Punt uit. Ik bellen naar die gasten: “komt ie nog?” “Weten we niet”, was het antwoord. Daar heb je dus geen zak aan. Toen heb ik me urenlang helemaal suf gegoogeld. Vele Alfi’s in het zwart, in het signaalrood en in het turquoise kwamen voorbij. Ook mooi, maar ik had mijn zinnen gezet op precies dezelfde uitvoering: Alfi kugel rvs mat. Er moest toch nog ergens op de wereld een kookwinkel zijn waar er nog eentje is? Zo heb ik aan vriendin Angela met een tweede huis in Oostenrijk gevraagd of zij daar voor mij wilde zoeken. Oostenrijk is wat traditioneler en daar hebben ze vast meer kookwinkels dan hier. Zo tof, dat heeft ze gedaan en ze had er eentje gevonden voor € 50,– meer dan dat hij oorspronkelijk kostte en dat leek me iets te gortig’.

‘Huh, hoeveel heb jij dan voor die kan betaald Siem?’

‘Als je ‘m betaald, mag je het weten haha, laat me mijn verhaal nou afmaken. Angela riep door de telefoon: ‘het lijkt wel een collectors item.’ Syl schuifelt ongeduldig heen hen weer op haar stoel. ‘Hoe heb je het uiteindelijk nou voor elkaar gekregen Siem?’

‘Firma Coolblue verschafte duidelijkheid: bij de foto van de Alfi kugel rvs mat stond: ‘deze is met pensioen.’ Dat verklaarde waarom die nergens meer te verkrijgen was. Enfin, ik eindeloos verder googelen op afbeelding en al die firma’s aanklikken. ShopWillems uit Brussegem, België had er nog eentje. Tadaaa, die was dus voor mij. Weet je Syl, het is niet meer de kan van tante Mietje en toch zal ik iedere keer als ik thee zet aan haar denken.’

‘Goed zo Siem en ondertussen is het hoog tijd voor thee en bonbons. Heb je die laatste ook uit België?’

Categorieën
Uncategorized

BLING BLING

‘Lekker karretje heb je Syl.’ Ik zit naast mijn vriendin met wie ik vaak kibbel alsof we zussen zijn. We zoeven over de N402, waar we naar toegaan is voor mij nog een verrassing.

‘Nou geniet er nog maar effe van, want ik ga deze Citroën inruilen’.

‘Wat gaat het worden?’, vraag ik.

‘Ik heb een roze Fiat 500 op het oog.’

‘Roze? Waarom roze? Dat had ik zo een-twee-drie niet bij jou verwacht.’

‘Ik wil eens wat anders.’

‘Je gaat toch niet met van die wimpers boven je koplampen rondrijden?’

‘Nou, dat had ik toevallig wel in gedachte ja. Jij bemoeit je ook altijd overal mee zeg.’

‘Sorry hoor.’

‘En ik ga m’n roze Fiat met nog veel meer dingen opleuken.’

‘Zoals?’

‘Jij vindt het vast ordinair Siem, maar dat interesseert me geen reet.’

We staan stil voor het rode stoplicht. Naast ons stopt een kobaltblauwe metallic Nissan. Achter het stuur zit een hoogblonde jongedame. Met een hand stift ze haar lippen en met haar andere hand omvat ze het lederen stuur bezaaid met strass-steentjes.

‘Laat me raden, je neemt zo’n diamant lederen stuurhoes.’

‘Hoe weet jij dat?’

‘Nou, dat past wel bij die wimpers. En wat voor accessoires kan ik nog meer verwachten?’

‘Ik zat laatst bij zo’n surfdude in de wagen en hij rook zo lekker. Ik dacht eerst dat hij kokos in zijn blonde haarlokken had gesmeerd. Wat bleek nou, aan het spiegeltje hing zo’n geurboompje, genaamd sex wax.’

‘Ik kan niet wachten Syl.’

Syl trapt het gaspedaal stevig in. ‘Trut.’

Ineens begint Syl keihard te lachen. Ik hoor het vertrouwde ietwat nasale stemgeluid waar ik na al die jaren vriendschap steeds meer van ben gaan houden.

‘Wahahahaha, geloof je het zelf Siem?’

We naderen een exclusieve autodealer in Nieuwer ter Aa.

Daar zie ik ‘m staan: een glanzend zwarte Fiat 500 met een uitschuifbaar dak.

Categorieën
Uncategorized

LIPPENSTIFT

‘Zie ik er raar uit?’, vraagt tante Mietje.

Ik sta aan het aanrecht, en vul een thermosfles met koffie. Ik draai me om. Tante Mietje zit kaarsrecht met haar beugelhandtas op schoot aan de keukentafel. Ik schiet in de lach: ‘O, tante Mietje, de lippenstift zit tot aan je oor.’ Met een stuk keukenrol veeg ik de knaloranje lippenstift af.

‘Het is anders wel Christian Dior, nummer 36.’

De arts zei afgelopen woensdag, toen ik met haar mee was naar het HMC Bronovo, dat ze binnen twee weken kan komen te overlijden. Dit wordt haar laatste verjaardag en die vieren we bij mij. Tante Mietje. Toen ik vijf jaar oud was, maakten we samen een ketting van meloenpitten. Voor mijn elfde verjaardag nam ze me mee naar Parijs. Met een taartschep schuif ik het hazelnootschuimgebak op het plateau. Vanmorgen ben ik er speciaal voor naar Maison Kelder gereden. Straks komt er een bont gezelschap van ooms en tantes, een nicht uit Kesteren en haar boezemvriendin van de middelbare school.

Ze tikt met haar lippenstift op de keukentafel. ‘Ik krijg er wel tien’.

‘Wat tien?’

‘Ik heb aan iedereen gevraagd: lippenstift van Dior, nummer 36.’

De deurbel gaat. ‘Kijk, tante Mietje, tante Annie en ome Jan.’

‘Lieve Mietje,’ begint tante Annie. ‘Lippenstift nummer 36 die je zo graag wilde hebben, was overal uitverkocht. Daarom krijg je van Jan en mij een cadeaubon van Douglas. Neem de tijd om hem in te wisselen, deze is één jaar geldig.

Tante Mietje grijnst en zet haar tanden in het hazelnootschuimgebak.

Categorieën
Uncategorized

PARFUM

‘Is je moeder geweest?’, grapt manlief. Een zweem Femme van Rochas waait door de hal. Ik sluit mijn ogen. Ze is er weer.

Mijn moeder was het type vrouw dat je twee uur na haar vertrek nog kon ruiken. Je rook een mengeling van sigaren en parfum. Ze rookte ongematteerde havanna’s van het merk Willem II. Ze was een lange vrouw, aan de zware kant, met een diep donkerbruin stemgeluid en ze droeg Marimekko jurken.

Ze kreeg van mijn vader, in het prille begin van hun relatie, de parfum Femme van het merk Rochas cadeau. Een sierlijke fles met een goudkleurige dop in een zwarte doos. Daar bewaarde ze de parfum in, anders vervliegt de geur prentte ze me in.

Na haar overlijden, in december 2015, halen mijn zus en ik haar kamer in het verzorgingshuis leeg. Achterin het slaapkamermeubel vinden we twee flessen parfum. Uiteraard Femme en de geur Knowing van Estée “Loeder“, zoals wij het noemen. ‘Welke wil jij hebben?’, vraagt mijn zus. ‘Het liefste de geur Femme‘, antwoord ik.

Ik had niet de intentie om me met deze parfum te besprenkelen. Deze geur was mijn moeder en daarom koos ik Femme. Mijn zus kijkt me met grote ogen vol ongeloof aan en opgewekt pakt ze de door haar begeerde fles Knowing.

Op onze wc doet Femme haar werk. En hoe. Ze verdrijft alle geuren. Met lede ogen zie ik aan dat de bodem van de gracieuze fles in zicht is. Heel af en toe haal ik alleen het dopje eraf, sluit mijn ogen en laat de geur zijn werk doen. Ik kan met deze geur mijn moeder oproepen.

De geur vervliegt, de herinnering blijft.